Arnob Chakrabarty

lid naam

Arnob Chakrabarty

Specialisatie: Journalist/ Televisiemaker
Herkomstland: Bangladesh
Taalkennis: Nederlands, Engels, Bengaals, Hindi, Urdu
Contact: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

 


Arnob Chakrabarty is geboren in Bangladesh. Hij studeerde ppoliticologie aan de universiteit van Dhaka in Bangladesh. Daar schreef hij voor het opinieblad 'Doerdjoj'. In Nederland studeerde hij journalistiek aan de Hogeschool Ede.
Sinds 1997 is hij werkzaam in de Nederlandse televisiejournalistiek. Hij heeft gewerkt bij Twee Vandaag, Teleac en NMO. Op dit moment werkt hij als redacteur bij Nova. Arnob heeft ook geschreven voor onder andere de Haagsche Courant, Internationale Samenwerking, HP De Tijd en NRC Handeldsblad.

Onderstaand artikel van de hand van Arnob Chakrabarty verscheen op de website van Pharos, een landelijk kenniscentrum voor vluchtelingen en gezondheid.


Publicaties:

Microkrediet helpt armen niet Arnob


Datum Publicatie: 26.10.2006 13:05

Auteur: Arnob Chakrabarty
 
De rente van Grameen Bank is nauwelijks lager dan die van woekeraars.
De Nobelprijswinnaar voor de Vrede verlicht met zijn systeem van het microkrediet het lot van de armen bepaald niet. Het omgekeerde is het geval: Zijn bank is er zelf rijk van geworden, meent Arnob Chakrabarty.

Dit stuk verscheen in NRC Handelsblad 24 oktober 2006. Klik hier om dit stuk in pdf te bekijken

De Nobelprijs voor de Vrede is dit jaar toegekend aan de Bengaalse econoom Muhammad Yunus en zijn Grameen Bank, die microkredieten verstrekt aan armen, zonder onderpand, waar gewone banken tot nog toe geen interesse in hadden. Een Nobelprijs voor de economie was meer op zijn plaats geweest: Yunus heeft bewezen dat een bank winst kan maken met leningen aan de allerarmsten die niet over onderpand beschikken. Het microkrediet heeft de plaats ingenomen van de woekeraars op het platteland. Het heeft weinig te maken met armoedebestrijding en dus ook niet met vrede.

Destijds leende de jonge Muhammad zevenentwintig dollar aan een paar arme vrouwen, om te zien of ze kredietwaardig waren. Met het geld kochten de vrouwen kippen en maakten winst. Yunus kreeg zijn geld zonder mankeren terug en een paar jaar later was de Grameen Bank geboren. Inmiddels heeft de bank bijna zeven miljard dollar geleend aan ruim zes miljoen klanten, voornamelijk vrouwen.

Yunus wilde de armoede aanpakken, maar hij was gefixeerd op zijn zevenentwintig dollar. Nadat hij zijn inleg had terugontvangen vond hij het niet meer nodig om de vrouwen langer te volgen. Deze eenzijdige benadering is de grootste fout die verstrekkers van microkrediet begaan. Het succes van microfinanciering wordt nog altijd gemeten aan wat van de lening terugkomt en niet aan wat het de kredietontvangers op de lange termijn oplevert.

Het idee was oorspronkelijk dat een klein krediet zou leiden tot ontwikkeling in kleine stappen - met een paar kippen zou geld verdiend worden, om een geit van te kopen en uiteindelijk de scholing van de kinderen te betalen.

De vicieuze cirkel van de armoede zou doorbroken worden. De werkelijkheid is dat Grameen een woekerrente vraagt van 20 procent. De betalingstermijnen zijn kort en de bankmedewerkers maken zich geen zorgen om het doorbreken van de armoede, maar om de winstmarge van de bank. Desnoods worden de golfplatendaken verkocht om aan de termijn te voldoen. Van de 100 vrouwen die lenen van Grameen lukt het er 95 niet om boven de armoedegrens uit te komen, stelde de Wereldbank al in 1998 vast.

Naast het doorbreken van de vicieuze cirkel van de armoede zou microkrediet ook bijdragen aan de emancipatie van vrouwen. Er zijn echter meerdere rapporten die aantonen dat dit slechts moeizaam van de grond komt, waaronder dat van de Britse onderzoeker Naila Kabeer en een recent onderzoek van de Universiteit van Dhaka. Het blijkt dat veel vrouwen door hun man naar voren worden geschoven voor een lening, terwijl hij zelf de touwtjes in handen blijft houden.

Dat kan er toe leiden dat de vrouwen aan de ene kant onder druk staan van hun eigen man en aan de andere kant de druk ervaren van de bankmedewerkers.

Wat ooit begon als middel in armoedebestrijding is al lang big business geworden. Zelfs als het wel een bijdrage zou leveren aan de strijd tegen armoede, dan nog is de aura van nobele liefdadigheid, waarvan de Nobelprijs een uitvloeisel is, onterecht. Grameen Bank boert goed dankzij de armen. De rente die Grameen vraagt is bijvoorbeeld nauwelijks lager dan die van woekeraars op het platteland.

Terecht beschuldigde de directeur van de centrale bank van Bangladesh microfinancieringsbanken onlangs van onrechtvaardigheid. Instellingen voor microkrediet kunnen zelf geld lenen tegen een laag rentetarief (5 procent) van een steunfonds dat microkrediet stimuleert. Vergelijk dat met de bovengenoemde 20 procent. Mahbub Akash, professor economie aan de Universiteit van Dhaka, toonde in een studie aan dat de effectieve rente die de vrouwen uiteindelijk overdragen zelfs boven 30 procent ligt, vanwege de wekelijkse betalingsplicht.

Werknemers bij microfinancieringsbanken verdienen lagere salarissen dan bij andere banken, terwijl de winstmarges hoger liggen. Toch is een lagere rente voor een kleine lening bij deze banken nooit aan de orde geweest. Juist van Grameen Bank, met de armoedebestrijding hoog in het vaandel, zou een lagere rente verwacht mogen worden.

Geen wonder dat Grameen met kleine leningen zoveel geld heeft verdiend dat het nu één van de grotere ondernemingen van Bangladesh is geworden. Grameen is, samen met Telenor uit Noorwegen, de grootste aanbieder van mobiele telefonie met meer dan acht miljoen klanten, voornamelijk rijken en middenklassers. Verder doet Grameen in kleding en is de grootste leverancier van internet in Bangladesh - dankzij de woekerrente die armen jarenlang hebben betaald, en dankzij de lage salarissen van de bankmedewerkers.

Ondanks de grote bijdrage van de armen aan het succes van Grameen Bank, lijken ze er weinig van te profiteren. Volgens de statuten zijn de klanten van de bank leden en dus eigenaren van Grameen. Tot op heden is er geen duidelijke structuur geïmplementeerd om die 6,6 miljoen leden enige vorm van zeggenschap te geven over de koers van de bank, over rentepercentages, nieuwe investeringen of winstdeling.

En dat geldt ook voor de één miljoen euro die het Nobelcomité uitkeert aan Yunus en Grameen Bank.


Lespakket moet werken als geneesmiddel
Heimwee krijgt vorm met 'Welkom op School'

Nieuwkomers op de middelbare school komen uit alle windstreken. Ze komen met of zonder ouders, met of zonder verblijfsvergunning, vaak met traumatische ervaringen. Ze moeten niet alleen een nieuwe taal leren, maar ook wennen aan Nederland en leren omgaan met heimwee. De Pharos-methode Welkom op School helpt hen daarbij. Een reportage. 'De methode legt de 'kwaal' bloot maar heeft ook een medicijn.'

In zijn werkboek van Welkom op School heeft de dertienjarige Lotfullah uit Afghanistan een tekening gemaakt van zichzelf en van de dingen die hij belangrijk vindt. Hij legt aan de klas uit wat hij getekend heeft. 'Mijn land en de bergen en mijn vrienden.' Dan aarzelt hij. 'Ik kan niet zeg waarom vrienden.' Juf Anja Beemster helpt: 'Je bedoelt dat je niet weet hoe je moet uitleggen waarom vrienden belangrijk zijn?' Lotfullah knikt. Beemster legt met gebaren uit wat Lotfullah wil zeggen. Ze steekt een hand op en wijst naar de vingers. 'Dat ben jij en dat zijn je vrienden.' Vervolgens buigt ze alle vingers op een na. 'Kijk, dat ben jij zonder je vrienden. En wat ben je dan?' Lotfullah: 'Zonder vrienden ben je alleen. Bij vriend kan je geheimen vertellen. '
Terwijl de kinderen geconcentreerd hun opdracht maken, loopt Beemster bij ze langs. Ze legt nog een keer de bedoeling uit of vraagt wat ze tekenen. 'Is dat jouw huis in Turkije?' Het meisje knikt en zegt: 'En dit is mij opa oma.' Beemster vraagt of ze opa en oma wel eens belt. 'Ja. Oma is ziek.' Sommige kinderen laten elkaar hun werk zien of overleggen wat ze zullen tekenen. Af en toe klinkt er een kreetje. 'O nee, dit is niet gelukt,' en dan komt de gum tevoorschijn.
Anja Beemster (42 jaar) is enthousiast over Welkom op School. Ze gebruikt de methode, zoals veel docenten, in haar mentorgroep op het Montessoricollege in Amsterdam. 'Praten over herinneringen is helend. Het helpt heimwee vorm te geven. De leerlingen kunnen ingrijpende gebeurtenissen verwerken door erover te schrijven of te vertellen, de migratie krijgt een plek. En ze worden ook gedwongen om te kijken naar hun situatie in Nederland. Bijvoorbeeld als de les gaat over de school in het eigen land en de school hier. Ze leren zien dat er hier ook leuke dingen zijn. Ze worden gedwongen te kijken naar hun situatie hier in Nederland.'


kernwoorden
Welkom op School, de mentormethode voor nieuwkomers in het voortgezet onderwijs, is de opvolger van de Vluchtelingenles. De methode, in 2000 verschenen, is bedoeld voor alle nieuwkomers, zowel vluchtelingen en alleenstaande minderjarige asielzoekers als gezinsherenigers. Pharos-medewerker Bram Tuk heeft samen met Annick de la Rive Box de methode samengesteld omdat er vanuit het onderwijs vraag naar was. 'Het lespakket is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de uitvoerders, de mensen uit het werkveld, zoals een docent, een schoolpsycholoog, een dramadocent, een coördinator van een afdeling Internationale Schakelklas,' aldus Tuk. 'We hebben het uitgeprobeerd in lessen en de feedback van docenten is verwerkt.'
'Het is een goede methode om de kinderen en hun achtergronden te leren kennen', zegt Ethel Plet (44 jaar). Zij is docent aan het Mozaïekcollege in Arnhem. 'Het is voor leerlingen ook belangrijk dat ze durven praten over het land waar ze vandaan komen, de dingen die ze achtergelaten hebben. Anders blijven ze zitten met opgekropte gevoelens. Zo kunnen ze wennen aan het idee dat het nu anders is.' De lessen zijn erg afhankelijk van de groep, is de ervaring van Plet. 'Ik kijk naar de groep om te zien wat ze kunnen. Bij de kennismaking moeten ze kernwoorden opschrijven, maar dat is veel te moeilijk voor deze groep. Dus leg ik uit wat kernwoorden zijn en of ze daar voorbeelden van weten. Die gebruiken we dan.'
In de klas van Plet zitten een stuk of twaalf kinderen. Een jongen van een jaar of zestien staat midden in de klas rechtop en doet voor hoe moslims bidden. Handen gevouwen voor de buik, of met de duimen achter de oren. 'Bidden maken.' Andere kinderen vallen hem bij. Een van de kinderen slaat een kruisje en zegt: 'Dat is voor christen.' De les gaat over gebaren en van het een komt het ander. Plotseling doet de hele klas pogingen om aan de juf uit te leggen wat een gebedssnoer is. 'Ik tekene bord,' roept een jochie. Nee, nee, dat lijkt niet, zeggen een paar meiden. Een ander zoekt het op in een zakwoordenboekje. 'Een kralensnoer is het.'
Een van die meiden is Nazik (17 jaar). Ze woont in een asielzoekerscentrum. 'Ik ben Koerdisch Turkije. Ik was vier toen wij gaan naar Irak.' Nazik komt iedere dag met de bus uit Oosterbeek naar de school in Arnhem, met haar broer en zusje. In de zomer gaat ze op de fiets omdat er anders niet genoeg geld is.
Ook Gerdi Egberts (52 jaar) van het Mozaiekcollege in Arnhem werkt met Welkom op School. 'Er worden aansprekende onderwerpen aangesneden, het gaat om de belevingswereld van het kind. Het is een goede methode om de leerlingen beter te leren kennen, het geeft een handvat. Ze knippen en plakken en tussendoor vertellen ze van alles over zichzelf. Ze kunnen emotioneel verwerken wat ze hebben meegemaakt door het onder woorden te brengen en met elkaar te delen. Het is ook goed dat de methode niet erg "talig" is omdat de leerlingen het Nederlands nog niet goed beheersen. Sommige leerlingen zijn analfabeet.'

openheid
Welkom op School is er voor alle nieuwkomers; docenten hoeven - anders dan bij zijn voorganger, de Vluchtelingenles - geen selectie meer te maken. Bovendien is de methode geschikt voor gebruik door mentoren, zonder dat er een hulpverlener van buiten bij nodig is. Er zijn op dit moment 4000 werkboeken voor leerlingen verkocht. De methode telt 21 lessen, verdeeld in vijf blokken: kennismaking, mijn land en Nederland, ik en de mensen om mij heen, belangrijke dingen en samen op weg naar de toekomst.
Het welslagen van de lessen is voor een groot deel afhankelijk van de docent, stelt Gerdi Egberts. 'Het staat of valt met de mentor. De een heeft meer vaardigheden om met nieuwkomers te werken dan de ander. Als de mentor iets niet wil horen, dan vertelt de leerling het ook niet; dat heeft te maken met de openheid van de mentor. Leerlingen voelen dat feilloos aan.'
Heel traumatische gebeurtenissen als verkrachtingen en moord zijn moeilijk in de les te plaatsen, volgens Egberts. 'Daar kan ik in een groep niets mee. In individuele gesprekken komt meestal ook veel meer op tafel. Door Welkom op School worden leerlingen wel aan het denken gezet, door wat de lessen aanraken.' Egberts heeft dit jaar een groep alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's), die moeilijk leren. 'Je kunt heel weinig taal kwijt bij moeilijk lerende kinderen, ze hebben ook geen leerhouding. Dan is het echt zoeken naar wat aanslaat, je moet op hun niveau werken. Het is een wat moeizame weg, maar je blijft proberen.'
Anja Beemster vindt dat ze op het Amsterdamse Montessoricollege een 'modelklas' heeft. 'Ik bof een beetje met mijn klas. Er waren onderling sowieso al contacten, ze luisteren goed, zijn sociaal prettig en respectvol en als er iets verkeerd gaat, dan corrigeren ze elkaar.' De methode is in de ogen van Beemster zeker waardevol voor de kinderen. 'In de allereerste les vertelde ik de leerlingen waar de mentorlessen over zouden gaan. Er kwam iets in hun ogen, in de manier waarop ze keken. Het was een soort oplichting, misschien ook wel opluchting, het is moeilijk te omschrijven. In de loop van de tijd ontstaat er ook iets tussen de leerlingen, de lessen scheppen een band. Ze zijn enorm nieuwsgierig naar elkaar. In de lessen Welkom op School hebben de leerlingen heel veel aandacht voor elkaar. Ze gaan elkaar ook meer voor vol aanzien. Die herkenning en die erkenning zijn het belangrijkst.'
Klasgenoten worden lotgenoten door te praten over hun ervaringen. Met de methode wordt veel meer zichtbaar van de persoonlijke omstandigheden van de leerlingen. 'De methode legt de 'kwaal' bloot maar heeft ook een medicijn. De 'kwaal' wordt ter plekke als minder ernstig ervaren.' Volgens samensteller Bram Tuk wordt de binding van de kinderen met de school en de samenleving groter door de lessen. Kinderen piekeren daardoor vermoedelijk minder, wat de kans op nachtmerries, hoofdpijn, depressiviteit en andere klachten waarschijnlijk verkleint. 'Ons doel met deze methode is gezondheidsklachten te voorkomen. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, wordt nog onderzocht. Het gaat er niet in de eerste plaats om de schoolprestaties te verbeteren, maar een kind dat zich goed voelt, presteert over het algemeen wel beter.'
Bij de Vluchtelingenles werden kinderen geselecteerd als er specifieke problemen waren, bijvoorbeeld als een kind gezondheidsklachten had of depressief was. Tuk: 'De docenten moesten problemen signaleren en de kinderen met problemen eruit halen. Dat gaf extra druk. Er zijn voor alle nieuwkomers situaties van stress; ze hebben heimwee, moeten soms omgaan met een vader die ze niet of nauwelijks kennen, ze zijn in een samenleving waar de kennis uit de vorige situatie nutteloos is geworden. Het voordeel van een geïntegreerde aanpak is dat de kinderen niet apart behandeld hoeven worden; daar houden kinderen meestal niet van. Met Welkom op School krijgen ze allemaal wat extra aandacht.'

emoties
De methode bestaat uit een handleiding voor de mentor en een werkboek voor de leerlingen. In het werkboek is veel aandacht voor de vergelijking tussen het land van herkomst van de leerlingen en Nederland. Hoe was de school in je land, waar woonde je, welke gebaren maken ze daar, wie waren je vrienden en hoe is dat in Nederland? Ze maken van het werkboek zelf een boek met herinneringen uit het land van herkomst en belangrijke dingen uit het heden: school, vrienden, vrije tijd en familie.
Anja Beemster: 'Het werkboek is eigenlijk een soort dagboek waar leerlingen persoonlijke dingen in kwijt kunnen. Ze hoeven het ook niet te laten zien als ze niet willen. De methode is prettig, maar ook heel spannend. Je haalt emoties bij de kinderen omhoog, en wat dan? Je wilt daar adequaat op reageren, maar ik ben geen maatschappelijk werkster. Je moet de balans zien te vinden of je er dieper op ingaat als je merkt dat het onderwerp gevoelig is, of dat je het laat liggen. Er is verder geen begeleiding voor de kinderen. Ik kan ze eventueel doorverwijzen naar de schoolpsycholoog als dat nodig is.'
Beemster laat niet alleen de leerlingen hun werkboek vullen met plaatjes en tekeningen; ze doet zelf ook mee. 'Het stimuleert de leerlingen heel erg als je als docent meedoet aan de opdrachten in het werkboek, heb ik gemerkt.' Een leerling heeft moeite met tekenen. Beemster laat haar eigen tekening zien en zegt: 'Het gaat er niet om wat je tekent maar wat je ermee wilt vertellen.'
Mabel Valdez (17 jaar) weet niet wat ze verder moet tekenen in haar werkboek. 'Ik weet nog wel iets dat belangrijk is voor jou,' zegt Beemster. Ze maakt een golvend gebaar met haar handen. 'De zee.' Mabel komt van Sint Maarten. Ze spreekt Nederlands en Engels door elkaar. 'Een klein eiland, alles was dichtbij. Hier is alles ver weg, moet jij met de bus. Ik weet niet waar is de zee hier. Ik ging vaak naar de zee om na te denken en te relaxen.'
Uit gesprekken met leerlingen blijkt dat ze minder mensen kennen en minder vrienden hebben dan in het land van herkomst. Teodora uit Bulgarije is twaalf jaar. Ze woont nu vijf maanden in Nederland, met haar Bulgaarse moeder en diens Nederlandse vriend. Ze gaat in Arnhem naar school. 'Ik ben nieuw en weet niet allemaal, is niet mijn taal. Jij is een beetje moeilijk hier. Mijn familie is niet hier.' In Bulgarije had ze veel vriendinnen, hier nog niet.
Lislene (14 jaar) wisselt sambamuziek uit met een Angolese klasgenoot. 'Ik ging dans in Brazilië met vriend. Hier niet zo heel veel vriend. Wel vriend maar niet veel.' John (16 jaar) woont alleen met zijn moeder in Nederland. De les Welkom op School vindt hij leuk. 'Omdat je kunt praten met andere mensen, je maakt samen dingen. Lijkt een beetje vrije tijd, jij mag denken en schrijven wat jij wilt. Is leuk te praten over mij land Colombia.'

Tekst: Arnob Chakrabarty